Eén op de zeven werkende Nederlanders heeft last van burn-outklachten als oververmoeidheid en emotionele uitputting. Ingrijpen voor het misgaat kan door regelmatig te leven en te sporten, maar vooral door te bedenken: hoe kan ik mijn werk leuker maken?

Uit een grote jaarlijkse enquête van het CBS, TNO en Ministerie van SZW onder Nederlandse werknemers over arbeidsomstandigheden, bleek dat 14 procent van de Nederlanders burn-outverschijnselen heeft.

Het aantal werknemers met burn-outklachten nam de afgelopen jaren toe met ongeveer 3 procent. TNO berekende dat ziekteverzuim door werkstress zoals burn-out jaarlijks 1,8 miljard euro kost.

Wat merk je van een burn-out?

Bij een burn-out ben je ‘opgebrand’ door langdurige stress. Voor opgebrand zijn bestaat een meetinstrument: de Maslach Burnout Inventory. Dat is een test aan de hand van een lijst van 22 vragen die betrekking hebben op de drie meest kenmerkende symptomen van burnout; uitputting, depersonalisatie en verminderd zelfvertrouwen of verminderde persoonlijke prestaties.

Of je het kan herkennen bij jezelf of bij jouw collega’s hangt ervan af want dat kan verschillen, maar hoog op de checklist komen bijvoorbeeld moeheid, slecht slapen, prikkelbaarheid, piekeren, emotionele labiliteit, gejaagd gevoel en concentratieproblemen.

Komt een burn-out door te hard werken?

Nee, dat is te kort door de bocht. „Je hoort weleens: ‘ik heb een burn-out, want ik heb het zo druk gehad’. Maar druk alleen is de reden niet”, zegt Ron de Kloet. Hij is emeritus hoogleraar neuro-endocrinologie en farmacologie aan het Leids Universitair Medisch Centrum en heeft jarenlang onderzoek gedaan naar de invloed van stress op ons lichaam. „In werkelijkheid lukte het dan niet om de werkdruk te hanteren.”

Wat zijn dan risicofactoren?

Onzekerheid, zegt De Kloet. „Stress draait om informatie.” Voorspelbare situaties zijn goed: dan weet je hoe je moet reageren. „Maar is er veel onduidelijkheid, dan kan dat stress opleveren.” Een beetje stress is niet zo erg, maar langdurige stress kan leiden tot een burn-out. De Kloet schetst zo’n onduidelijke werksituatie: „Je bent onzeker over je functioneren. Kan ik het wel aan?” Of je bent onzeker over je carrière: „Het gaat slecht met het bedrijf waar je werkt. Er zijn de hele tijd geruchten en je hebt geen idee wat de toekomst brengt.”

Nog een risicofactor: gebrek aan sociale steun, zegt Toon Taris, hoogleraar arbeidspsychologie aan de Universiteit Utrecht. Je kunt nooit even lekker klagen bij je collega’s. Je baas heeft niet door hoe hard je werkt en je krijgt geen waardering voor dat harde werk – wat de onzekerheid weer voedt. Ook belangrijk: gebrek aan onafhankelijkheid en controle. Wie zelf zijn werktempo en carrière bepaalt, heeft er ook meer grip op. En ook werkdruk.

Is iedereen er even gevoelig voor?

Nee. Voor een deel ligt stressbestendigheid en dus veerkracht bij stress en burn-outverschijnselen genetisch vast, zegt De Kloet. Ongeveer 30% van de mensen is van nature optimistisch. Zij zijn genetisch beschermd tegen depressie en piekeren niet of weinig. Daarnaast is je omgeving natuurlijk ook erg belangrijk.

Er zijn twee risicofactoren in het karakter, zegt Taris:

  1. Mensen die geneigd zijn zich te druk te maken, zijn kwetsbaar: neuroten, met een weinig flatterend woord.
  2. Mensen die heel perfectionistisch zijn; perfectionisten stoppen (te) veel tijd in hun werk, want het moet van hen – logisch – héél goed zijn. Taris: „En zij kunnen vaak ook moeilijk delegeren: anderen kunnen het nooit zo goed als zij.” Perfectionisme leidt vaak ook tot uitstelgedrag (wat dan weer voor stressvolle situaties zorgt), zegt Taris. Drempelvrees eigenlijk, omdat mensen zoveel van zichzelf verwachten.

Burn-out komt door langdurige stress. Waarom is stress zo slecht?

Het antwoord op die vraag ligt in de bijnier. Daar wordt het hormoon cortisol aangemaakt. „Dat hormoon helpt allereerst om de betekenis van een stressvolle situatie in te schatten en een handige strategie te verzinnen een dreigend probleem op te lossen”, zegt Ron de Kloet. Naarmate het cortisolniveau verder stijgt, wordt een tweede functie van dat hormoon in werking gezet, de functie die de gevonden oplossing van het probleem in het geheugen opslaat zodat je een volgende keer weet wat te doen. Je past je aan, je wordt weer rustig en je cortisolniveau daalt.

Maar nu komt het: soms komt die tweede werking van cortisol onder druk te staan. Het lúkt gewoonweg niet om je probleem op te lossen. „Omdat je te onzeker bent over de uitkomst van je actie, bijvoorbeeld”, zegt De Kloet.

Het cortisolniveau blijft dan hoog. Dat heeft lichamelijke gevolgen, zegt De Kloet. Je bloeddruk stijgt, je stofwisseling raakt ontregeld, je afweersysteem krijgt het zwaar en – heel belangrijk – je slaapt slecht. De Kloet: „Als je cortisol hoog is, kom je niet in je diepste slaap terecht. En die slaap is juist bedoeld om te herstellen.”

Wat kun je doen om stress te verminderen en burn-out te voorkomen?

Probeer regelmatig te leven en te sporten, adviseert De Kloet. Hardlopen, zwemmen, wandelen. Je verstookt er de energie mee die extra wordt opgewekt door stress. Als het meezit, slaap je daarna beter.

En, zegt Taris, ga bij jezelf te rade. Hoe komt het dat je dit voelt? „Is je werk te belastend? Doe je te veel? En waar komt dat door? Kun je geen ‘nee’ zeggen, voel je je overal verantwoordelijk voor, is je ambitie groter dan je agenda toestaat?”

Wat de inhoud van je werk betreft: kijk daar eens kritisch naar, adviseert Taris. Overleg met je baas en vraag naar je taken. Is wat jij denkt dat je moet doen, ook echt wat er van je verwacht wordt? Kun je je werk leuker maken? „Bijvoorbeeld door taken die je belastend vindt te delegeren? Of een cursus te volgen zodat je toegroeit naar een leukere functie?”

Zo niet, vraag je dan eens af: is dit eigenlijk wel de juiste baan voor mij?

Bron: NRC

Wil jij weten wat wij voor jou kunnen betekenen op dit vlak? Bel, mail of laat een SMSje achter zodat wij met jou contact op kunnen nemen.